Finland. Ik weet er niet zo veel over. Ik ken geen Finnen. Het enige Finse woord dat ik beheers, is ‘sauna.’ En wat betreft bekende Finnen, kom ik niet verder dan Jari Litmanen. Bijzonder groot is daarom mijn interesse als er tijdens mijn twaalfurige vlucht van Bangkok naar Amsterdam een Finse jongen naast me zit. Bijzonder groot is ook mijn teleurstelling als hij vertelt dat hij sauna’s renoveert.

‘Finland heeft meer dan 1,7 miljoen sauna’s op 5 miljoen inwoners’ zegt hij. ‘Elke 2,94 mensen hebben een sauna.’ Ik heb niet gevraagd of er in Finland ook personen bestaan die niet voor heel worden aangezien. Daar ga ik voor het gemak van uit. ‘Dan heb je zelf zeker ook een sauna?’ Nee, zelf hoort hij bij de 3,06 mensen zonder sauna. Wel heeft hij iets anders, ‘iets dat jou als Amsterdamse zeker aanspreekt.’

Op zijn telefoon laat hij een levensgroot kartonnen bord van Jari Litmanen zien. ‘Die staat in mijn woonkamer. Ik heb mijn vriendin al gezegd: wil je samenwonen? Prima. Neem gerust je vazen en schilderijen mee, maar onthoud dat Jari blijft.’ Samenwonen met Jari lijkt meer mensen wel wat, want ‘verschillende ajaxieden hebben geld op Jari geboden toen ik hem op Instagram zette.’

Nu maken voetballers wel vaker een transfer voor een idioot bedrag, maar dan gaat het toch om de vleselijke variant van de speler. ‘Nee hoor,’ zegt hij, ‘Jari zet geen stap. Hij blijft gewoon bij mij.’ Precies die woorden zorgen ervoor dat ik niet meer zo teleurgesteld in mijn eerste ontmoeting met een Fin en zijn iconen.