LinkedIn is een wonderlijk medium. Je vindt er doorgaans dezelfde mensen als op Facebook, maar dan voorzien van dasjes en jasjes. Nog een verschil: als je zelf niet naar LinkedIn gaat, komt LinkedIn wel naar jou. Met mails als ‘7,5 persoon heeft je profiel bekeken.’ En als je dan kijkt, zijn het gluurburen uit ‘Amsterdam area’ of een project manager van een bureau met een afkorting.

Ook dichten mensen elkaar allerlei eigenschappen toe. Zoals bloggen. Of conceptdenken. Leuk natuurlijk, maar dat talent hebben meer mensen. Je weet pas waarom je iemand moet inhuren als er werkelijk unieke eigenschappen staan. Zo is mijn zwager bijvoorbeeld in staat om Tragedy van de Bee Gees op dezelfde toonhoogte mee te zingen. Verder identificeert hij voor zijn plezier spinnen in de achtertuin. Dat hij ook aardig schrijft is mooi meegenomen.

Zelf ben ik aardig bedreven in het stekken van de begonia maculata. Ook weet ik succesvol fondsenwervers te omzeilen. Deze eigenschappen staan alleen nog niet op mijn profiel, omdat er iets onverwachts is gebeurd. Een connectieverzoek van een vreemde. Meestal gaat het dan om een recruiter die ons samen rijk wil maken. Nu niet. Nu is het een jongen met allerlei vragen.

Of ik meega naar een event.
Of ik koffie wil drinken in een stad waar ik niet woon.
Waarom ik niet antwoord op zijn bericht.
En uiteindelijk: waarom ik zijn connectieverzoek in godsnaam heb geaccepteerd.

Misschien is dit waar LinkedIn voor is: verbindingen maken met vreemden. Samen events afstruinen. En koffie met schuimfiguurtjes bestellen. Misschien is LinkedIn helemaal niet bedoeld om familie en vrienden te prijzen voor hun ongekende kwaliteiten. Toch jammer.

Hoe kom ik er nu achter of iemand een getijgerde lijmspuiter in zijn tuin kan herkennen?